“Als je het intern gedaan kan krijgen, waarom zou je het dan extern doen?” 

Guy Kortes (22) kwam als 17-jarige scholier binnen bij de JD en is sinds dien blijven hangen. De student Rechtsgeleerdheid heeft voor zijn leeftijd een redelijk lange geschiedenis binnen en buiten de JD. De oud-Voorzitter van de afdeling Groningen-Drenthe en A.S.V. Dizkartes, Bestuurslid bij ALCO studentensport en lid van zijn faculteitsraad neemt een bak aan ervaring mee, en is klaar om de voorzittershamer op te pakken.

Bink Ido Heemskerk

Waarom heb je je gekandideerd voor het Landelijk Bestuur? 
“Heb me gekandideerd als voorzitter, omdat ik dat de mooiste functie vind. Ik heb ervaring als oud‑voorzitter van de JD Groningen‑Drenthe en als oud‑voorzitter van een grote studentenvereniging in Groningen. Wat ik mooi vind aan de voorzittersfunctie binnen de JD is dat het een sterke interne en externe component heeft. Enerzijds ben je aanspreekpunt voor alle afdelingsvoorzitters en heb je toezicht op dat alles goed draait. Iets waar ik ervaring mee heb. Anderzijds heb je de externe component en de politieke lijn uitdragen, en die combinatie vind ik heel leuk.” 

Hoe ga je wonen en studeren combineren als je voorzitter wordt? 
“Ik woon in Groningen, maar mijn ouders in Den Haag. Ik heb met hen afgesproken dat ik een deel van de week bij hen kan logeren. Ik zal ongeveer 3 dagen per week in Den Haag zijn en de rest in Groningen, omdat ik mijn vrienden in Groningen belangrijk vind. Naast de voorbereiding op mijn voorzitterschap wil ik rustig beginnen aan mijn master. Ik vind mijn master superleuk, en ik kan het aan mezelf beter verkopen om nog een tussenjaar te nemen als ik daarbij ook binding, contact en voortgang in mijn studie houd. Ik ga 1 vak per blok volgen. Ik zal veel uren onderweg zijn en niet altijd even goed voor de JD bezig kunnen, dus ik verwacht dat het een goede combinatie is.

Op een schaal van 1 tot 10, hoe ervaar je het hebben van een D66‑premier, en waarom geef je dat cijfer? 
“7,5. Het is vet dat we als partij een premier leveren en het biedt kansen om terug te keren naar normerende, beschaafde politiek. Tegelijk is het in een minderheidskabinet minder daadkrachtig, en dat drukt het cijfer. Als politiek actieve jongere word je er vaak op aangekeken. Je krijgt opmerkingen naar je hoofd, je moet dingen verdedigen die je zelf niet hebt gedaan. Dat hoort bij het spelletje, maar het maakt het wel intens en het beïnvloedt hoe je de huidige politiek ervaart.”

Wanneer stap je naar de media als D66 bijvoorbeeld de studiefinanciering zou afschaffen, en wanneer probeer je het intern op te lossen?
Als ik merk dat er intern niet geluisterd wordt of geen bereidheid is om in gesprek te gaan, en je echt niks gedaan krijgt, dan is dit bij uitstek een thema waarop je je publiek uit kan spreken, juist omdat het de JD en jongeren direct raakt. Als je het intern gedaan kan krijgen, waarom zou je het dan extern doen? Als D66 erbij staat en kijkt ernaar, het er niet mee eens is maar het wel steunt, probeer je het eerst intern te bepleiten. Maar het ligt eraan hoe je naar de media stapt. Je kan zeggen: “D66 neemt nu een heel slecht besluit”, of je kan een oproep doen: “D66, hou je rug recht.” Dat komt anders over op lezers en op D66. En bij besluiten die vooral jongeren raken is het verstandig om met andere jongerenorganisaties op te trekken, zoals het CDJA of de JOVD, of met brede maatschappelijke organisaties.”

Waarom ben je ooit lid geworden van de JD?
Ik vond politiek heel leuk op de middelbare school, maar mijn vrienden niet. Dus ik zocht een plek waar ik er wél over kon praten. Ik was al geïnteresseerd, had er wat verstand van, en D66 was mijn voorkeurspartij. Ik ben op mijn zeventiende direct lid geworden, midden in corona. Mijn eerste activiteit was een digitaal gesprek met Anne-Marijke Podt over migratie, en sindsdien ben ik blijven hangen. We missen vaak het perspectief van voortgezet onderwijs in de organisatie, terwijl dat ook jongeren zijn die we vertegenwoordigen. Dat perspectief ruimte geven vind ik belangrijk. Er zijn ook minderjarige JD’ers.”

Wat zie jij als de belangrijkste uitdagingen en plannen voor het komende jaar als voorzitter?
De balanceeract naar D66 is een grote uitdaging. Het coalitieakkoord en het D66‑kiesprogramma liggen soms ver af van JD‑standpunten. Constructief kritisch blijven, maar ook op je strepen staan wanneer nodig, vraagt balanceerkunst. In Groningen schoof ik wel bij de fractie aan, maar met een D66‑fractie van ruim twintig mensen is dat anders. Intern kan ik afdelingsbesturen goed ondersteunen door mijn bestuurservaring uit Groningen en het studentenleven. Sociale veiligheid blijft een belangrijk thema. We hebben nu de systemen, maar we moeten naar gedragsverandering: een active‑bystander‑cultuur creëren, bijvoorbeeld via trainingen of gespreksessies op landelijke congressen, ook voor niet‑kaderleden. Dat zou een mooie stap zijn voor de JD.”

Welke kwaliteiten hoop jij toe te voegen aan het bestuur?
“Ik denk overzicht en een langetermijnblik: waar willen we naartoe, wat is ons beleid, wat willen we bereiken. En ik hoop voor leden laagdrempeligheid en benaderbaarheid toe te voegen. Gezelligheid natuurlijk ook, maar dat hoop ik dat iedereen meebrengt.”

Wat is je favoriete JD-verhaal?
“Ik heb ooit een anti-antivleesmotie ingediend en de behandeling op zondagochtend gemist omdat ik brak in de metro stond.

Het thema van dit magazine is ‘Terug in de tijd.’ Wat deed de JD vroeger beter dan nu?
Ik heb de indruk dat de JD toen ik net lid werd losser was. Daarmee bedoel ik niet dat het sociaal onveiliger of veiliger was. Sociale veiligheid blijft altijd een uitdaging, en de structuren staan nu goed. Maar een lossere, zichzelf minder serieus nemende JD hoeft niet minder sociaal veilig te zijn. We namen onszelf vroeger gewoon wat minder serieus. Iedereen moet zich kleden en doen zoals die wil, maar we moeten wel onthouden dat we een jongerenorganisatie zijn. Je moet de humor kunnen zien van SNC’ers met hoedjes en energizers op K3, en af en toe een grapje kunnen maken bij de interruptiemicrofoon, zonder te doen alsof we al Tweede Kamerlid zijn.”