“Als er ingegrepen moet worden, ben ik daar niet bang voor”

Als afdelingspenningmeester heeft Jaco van der Meij (27) een jaar vol nieuwe ervaringen achter de rug. Zonder financiële achtergrond begon hij aan de functie, waar hij leerde omgaan met begrotingen, bestuurlijke verwachtingen en samenwerking binnen een bestuur. Daarbij kwam hij ook uitdagingen tegen, onder meer op het gebied van communicatie en initiatief nemen. Met die ervaring wil hij nu de stap zetten richting het Landelijk Bestuur. De DEMO sprak met hem over zijn ontwikkeling als penningmeester, de lessen die hij heeft geleerd en zijn plannen als Kandidaat-Penningmeester.

Aiden Bennett

Waarom heb je ervoor gekozen om jezelf kandidaat te stellen als Landelijk Penningmeester?
“Ik vind het een functie waarin ik mijzelf heel erg kan ontwikkelen, vooral op vlak van samenwerken. Dit lijkt me heel leuk. Ik vind het ook heel fijn om financieel bewustzijn te creëren van ‘hoe duur het nou is met het organiseren van alles’. “Om van dat allemaal een totaalplaatje te leren krijgen, dat spreekt me wel heel erg aan deze functie.”

Hoe vind je dat je het gaat als afdelingspenningmeester?
“Ik ben blij dat ik het gedaan heb, want ik moest er wel een beetje over nadenken: ‘Hoe ging ik dat nou doen?’ Ik had geen financiële achtergrond vanuit mijn studie, maar was wel gewend om gegevens op een gestructureerde manier te verwerken. Überhaupt vind ik het fijn om gestructureerd te werken. Dat vond ik aantrekkelijk aan de functie. Ik ben er niet van overtuigd dat het me afgelopen jaar altijd even goed gelukt is om te communiceren, om initiatief te tonen en om vragen te stellen aan medebestuursleden of ze ergens moeite mee hadden. Ik vond het niet altijd makkelijk om in te schatten wat nou de verwachtingen zijn binnen een afdelingsbestuur, want het is voor mij ook de eerste keer. Ik heb al wel wat ontwikkelingen kunnen doormaken. Ik heb ervaring opgedaan en dat kan ik meenemen naar landelijk bestuur.”

Waar kijk je tegen op in het komende bestuursjaar?
“Dat er situaties voor gaan komen dat je vaak ‘nee’ moet zeggen, omdat het gewoon niet binnen de financiële kaders past, die we zelf met zijn allen gesteld hebben. Het is niet zo makkelijk dat her te verdelen, want je hebt gewoon met veel meer mensen rekening te houden op landelijk niveau. Binnen een afdeling is, links en rechts, allemaal wel wat te schuiven. Daar doe ik ook niet lullig over. Maar met landelijk besef ik me heel goed dat dit niet makkelijk is en ik hoop wel genoeg te hebben geleerd om daarin samen te werken. Dat ik van mijn kant ook duidelijk kan maken dat sommige voorstellen gewoon niet mogelijk zijn.”

Maar ben je wel goed in dat ‘nee’ zeggen?
“In ‘Nee’ zeggen, dat lukt zolang ik duidelijk uitleg wat ik allemaal zie. Door, net als binnen mijn afdelingbestuur, een overzicht maken dat aangeeft ‘Dit hebben we ervoor begroot’, ‘Dit hebben we al aan uitgegeven’, en ‘Dit is nog wat we er moeten van overhouden voor ons opvolgende bestuur’. Door altijd duidelijk te visualiseren aan mijn medebestuurders moet het lukken om duidelijk te maken wanneer iets wél en iets niet kan.”

Op landelijk niveau zijn de middelen tussen posten schuiven niet zo makkelijk als op afdelingsniveau. Hoe ga je ervoor zorgen dat de begroting in lijn is met de financiële realiteit?
“Door mee te denken met intern, met organisatie en met de voorzitter. Hoe je op basis van de kennis van hoeveel alles ongeveer kost dat door kan trekken op basis van een indexcijfer van de inflatie. Zo kom je uit naar hoe duur alles ongeveer zal zijn.”

Als penningmeester moet je zuinig omgaan met geld, maar welke posten wil je juist extra budget geven?
“Het is inderdaad leuk dat we twee keer een landelijke twinning hebben gehad, maar persoonlijk hoop ik, als de ruimte het toelaat, dat we de twinning terug kunnen geven aan de afdelingen, want dan kunnen meer leden een leuke reis maken en geïnspireerd worden door mensen met een vergelijkbare ideologie.”

En het Bier-Bitterballen-Budget?
“Wij hebben als afdeling bestuur ons Bier-Bitterballen-Budget naar het maximum verhoogd. Maar nu ik zo halverwege de rit in ben denk ik: ‘Waar was dit nou voor nodig?’ Als medebestuurders met een heel mooi plan komen en het Bier-Bitterballen-Budget als eerste op de lijst komt om mogelijk te verlagen, dan zou ik dat zeker wel overwegen.”

Wat ga je anders dan je dubbele voorganger doen?
“Ik denk eigenlijk niet zoveel. Als we al iets anders gaan doen, dan komt dat vanwege de iets ruimere financiële positie die ik ga krijgen. Een positie die Merel niet had. Maar in principe probeer ik wel mijn best te doen om wederom de reserves aan te vullen. En ook mijn opvolger proberen te overtuigen: ‘Zet dit nou door, zodat we op langere termijn nog steeds gewoon nog steeds hele leuke JD activiteiten kunnen organiseren.”

Stel dat financieel mismanagement plaatsvindt bij een afdeling. Hoe ben jij van plan om als Landelijke Penningmeester op te treden?
“De JD blijft uiteraard een leerschool en het is ook niet automatisch per se de schuld van de penningmeester. Die is eerst verantwoordelijke, maar niet eindverantwoordelijke. Het gehele bestuur is eindverantwoordelijk. Dus iedereen zo goed mogelijk iedereen van het bestuur erbij betrekken en te vragen: ‘Wat is hier de oorzaak van?’ Maar als er moet worden ingegrepen, ben ik daar niet bang voor. De leden gaan er ook gebukt onder, die kunnen misschien een heel jaar niet van leuke activiteiten genieten. Dat zou ik gewoon zonde vinden, zeker voor de leden van die afdeling.”

Met welke D66 standpunt ben jij het meest oneens?
“Ik ben het niet mee eens met alle drie de kroonjuwelen. Ik ben tegen de gekozen burgemeester, ik ben in principe tegen referenda en ik ben tegen het hervormen van het kiesstelsel. Ik ben ook een monarchist, maar formeel is D66 voor het behoud van de monarchie.”

Welke film zou je willen kijken bij jouw eerste bestuursweekend?
‘Scent of a Woman’, want Ik vind het zo intrigerend hoe Al Pacino een blinde generaal speelde die getroebleerd was door een ongeluk dat hijzelf veroorzaakt heeft. Wat mij het meest fascinerend aan de film is, is de hoofdpersoon. Een jongen die op een kostschool zit met allemaal rijkeluiskinderen, waar hij een van de weinigen is die met een scholarship daar dan zit, dus hij weet zich daar dan best wel redelijk staande te houden. In het weekend van Thanksgiving, heeft hij het geld niet om even naar zijn ouders toe te vliegen, dus neemt hij een baantje om Thanksgiving Weekend op die blinde generaal gaat oppassen. Ze gaan dan een hele reis maken door New York en tijdens die reis komt ook wel een beetje de duistere kant van die generaal naar voren. Ik vind dat die film gewoon heel mooi gemaakt is.”

Wie heeft beter haar Trump of Wilders?
“Trump, zijn haar is iets nuchterder.”