“Afdelingen hebben te weinig tools voor sociale veiligheid”

Als lid van de Sociale Veiligheidscommissie en voorzitter van de werkgroep Diversiteit & Participatie is Leonieke Verschuure (19)  al actief op thema’s die onder de portefeuille van het bestuurslid Intern vallen. Nu stelt zij zich kandidaat voor die functie om daar haar eigen stempel op te kunnen drukken. De DEMO sprak met haar over haar plannen voor de vereniging en de uitdagingen die zij ziet.

Aiden Bennett

Het thema van het magazine is ‘Terug in de tijd’. In welk tijdperk zou je het liefst willen leven?
“Als ik een man was geweest, had ik 100% de Romeinse tijd gezegd. Als vrouw zou ik niet heel lang terug in de tijd willen leven. Dus kies ik voor de jaren zeventig, toen de feministische beweging een beetje opkwam. Dan had ik echt vooraan in de rij gestaan, dat had me wel cool geleken. Anders zou ik het huidige tijdperk kiezen, maar als man 100% het Romeinse Rijk.”

Waarom heb je gekozen om jezelf kandidaat te stellen?
“Ik overwoog een andere functie vorig jaar, maar toen ging iemand anders voor die functie en ik vond die persoon geschikter dan mezelf. Nu werd ik weer benaderd om te kandideren voor het landelijk bestuur en ik zit sinds januari bij de sociale veiligheidscommissie, waardoor ik een iets beter beeld kreeg van de functie Intern. Ik merkte dat ik die commissie echt heel interessant vond om te doen en er super veel van heb geleerd. Ook zag ik, door de commissie, dat er best wat verbeteringen kunnen plaatsvinden binnen de JD, vooral op het gebied van sociale veiligheid. Toen dacht ik ‘dan ga ik voor Intern!’. LB doen leek me altijd al leuk, dus ik wist sowieso dat ik een keer LB zou doen. 

Op het vlak van de sociale veiligheid, wat voor verbeteringen zie je voor ogen? 
“Er is dit jaar door Douwe echt fantastisch werk geleverd. We zijn nu bezig aan een nieuw meldsysteem en nu staat alles duidelijk vermeld over sociale veiligheid op de website. De sociale veiligheidscommissie is ook iets nieuws en dat maakt het een stuk beter. De sociale veiligheid is echter niet helemaal hoe ik het zou willen. Ik denk dat dit komt doordat de gedragscode hier en daar vaag is en omdat mensen er niet bekend mee zijn. Ik zou willen dat het bij activiteiten soms duidelijker benadrukt wordt, zeker als het risicovolle activiteiten zijn. Daarnaast denk ik dat afdelingen te weinig tools hebben. Ik heb zelf ervaringen binnen afdelingen waarbij ik zie dat het ook lastig is voor besturen antwoord te vinden op de vraag: ‘hoe ga je om met zo’n situatie?’. Het zijn soms heel ingewikkelde situaties en het afdelingsbestuur weet niet helemaal wat ze ermee moeten. Dat zou ik door middel van trainingen en duidelijke procedures voor afdelingen makkelijker willen maken, omdat ze vaak toch het eerste contactmoment zijn als er iets gebeurt.”

Je bent nu bestuurslid Communicatie bij D66 Den Haag. Leg je die functie neer als je toetreedt tot het Landelijk Bestuur?
“Nee.”

Hoe bewaak je de onafhankelijkheid van de JD als je die functie nog gaat bekleden?
“Ik denk dat het twee totaal verschillende functies zijn. Ik heb bijvoorbeeld Profilering  ook wel overwogen, maar dat komt veel te dicht bij communicatie bij D66 Den Haag. Bij D66 Den Haag doe ik slechts de appgroepen, sociale media, en de nieuwsbrief. D66 Den Haag is tevens op afdelingsniveau en de JD op landelijk, dus daar zie ik weinig overlap in om een van de twee hiermee te kunnen beïnvloeden. Het is ook mijn eigen verantwoordelijkheid om dat volledig gescheiden te houden. Ik ga niet de belangen van D66 bij de JD vertegenwoordigen of andersom. Met oog op talentontwikkeling vind ik het niet verkeerd om dit te combineren. Uiteindelijk is de JD een onafhankelijke vereniging, maar wel gelieerd aan D66.”

Je bent nu voorzitter van de werkgroep Diversiteit & Participatie, mogelijk ben je straks direct verantwoordelijk voor het diversiteitsbeleid. Vind je de JD divers genoeg?
“Nee, ik denk het niet. Ik denk dat we wel alle capaciteiten in huis hebben om heel divers te zijn, het vergt alleen wel werk. Dat heb ik gezien als werkgroepvoorzitter. In diversiteit bereiken zit gewoon goede voorbereiding en werk, en daar liggen heel veel kansen voor de JD.”

Hoe zien die voorbereidingen eruit en welke kansen zijn er te pakken?
“Het begint met toegankelijkheid. Je moet er voor zorgen dat een breed publiek aan mensen zich veilig en op zijn gemak kan voelen bij de JD. Bepaalde activiteiten zullen meer van een groep mensen aantrekken dan van een andere groep, dus we moeten veel diverse activiteiten organiseren. Je zou rekening moeten houden met die verschillende groepen en bij welke activiteiten vrouwen, mensen van kleur en de lhbti+ gemeenschap zich comfortabeler voelen dan bij andere activiteiten. Een borrel komt bijvoorbeeld misschien heel intimiderend over voor een nieuw lid, omdat die niet weet wie daar allemaal gaan zijn. Daar komt ook het buddysysteem in beeld. Ik wil dat dit bij nieuweledengesprekken duidelijker wordt vermeld en dat zo’n buddysysteem lekker loopt en actiever wordt. Ook wil ik dat je een specifieke buddy kan aanvragen. Heb je liever een vrouw? Dan kan je die toegewezen krijgen.”

Denk jij dat de leden zich genoeg verbonden voelen aan de JD?
“Ik denk dat dit enorm verschilt. Ik heb gemerkt als je eenmaal (als nieuw lid) door hebt hoe laagdrempelig de JD kan zijn en hoeveel je kan doen bij de JD, dan voel je je binnen een week comfortabel. Je gaat bijvoorbeeld een keer mee op twinning en zit je in een congresteam. Dan denk je: ‘het is een nieuwe familie en het is superleuk’. Maar het is ingewikkeld om die stappen te maken. Een nieuw lid weet niet wie er op zo’n twinning gaat of wat een congresteam is. Die onduidelijkheid bestaat, en daarin kunnen een aantal nieuwe leden wel blijven hangen, voordat ze die stap echt maken. Maar als je eenmaal die stap maakt, ben je binnen no time part of the family.

Wanneer is het een geslaagd bestuursjaar voor jou?
“Ik vind sociale veiligheid echt belangrijk en het is een grote reden waarom ik heb gekandideerd. Dus ik hoop op het vlak van sociale veiligheid echt duidelijke tools voor afdelingen te hebben liggen, die niet alleen in dit jaar aan afdelingsbesturen zullen worden meegegeven, maar dat ze blijven circuleren in de afdelingen, zodat het voor afdelingsbesturen en leden makkelijk is om met sociale veiligheid om te gaan. Het is een thema dat soms heel zwaar en beladen is.”

Wat zijn jouw meest VVD-achtige karakter eigenschappen?
“Het feit dat ik een auto voor de deur heb staan en daar echt alles mee doe. Ik fiets nooit.”

Welke stereotype over Gen Z’ers klopt stiekem wel?
“Dat we heel erg mee gaan in het overconsumeren van alles. Temu, Shein, matcha. Dat je zes euro gaat uitgeven voor een groen drankje, omdat iedereen het doet. We zijn allemaal wel een beetje trendvolgers. Daar doe ik af en toe aan mee: ik drink ook weleens matcha.”

Wat is je boodschap aan JD’ers?
“Wees lief en zorg goed voor elkaar, dan heb je mij ook niet nodig op het gebied van sociale veiligheid.”