“Ik zie kansen in de samenwerking tussen werkgroepen en afdelingen.”

Robert Schippers (21) is pas sinds november lid, maar is meteen het afdelingsbestuur van Rotterdam-Zeeland ingerold in de functie Organisatie. Hij is bezig met twee studies aan de Erasmus Universiteit, maar zegt dit aardig te kunnen combineren met zijn JD-bezigheden. Met zijn ervaring als bestuurslid van een MUN-stichting wil hij een bijdrage leveren aan onze vereniging als landelijk bestuurslid Organisatie.

Jakub Tatoušek

Hoe kwam je op het idee om je te kandideren voor het landelijk bestuur?
“Binnen het overleg van de bestuursleden Organisatie werd de vraag gesteld wie volgend jaar voor landelijk bestuur wil gaan. Toen ben ik erover na gaan denken. Ik heb best lang lopen twijfelen, omdat ik mijn afdeling niet zo snel wilde achterlaten. Uiteindelijk heb ik besloten er toch voor te gaan, omdat ik denk dat ik betekenisvolle dingen kan bijdragen aan het bestuur.”

Waar hield je je de afgelopen tijd mee bezig als bestuurslid in Rotterdam-Zeeland?
“Toen ik begon hadden we nog geen wekelijkse activiteit. Ik heb er werk van gemaakt om dit wél te hebben. Ik heb vaker de samenwerking opgezocht met onze buren in Leiden-Haaglanden en heb dit als soepel ervaren. Ook organiseren we activiteiten gemiddeld goedkoper, waardoor er ruimte is voor een gratis drankje. Daarnaast heb ik vooral procedurele dingen gedaan en de Google Drive georganiseerd.”

Welke van je activiteiten vond je het meest geslaagd?
“Aan het begin van het jaar hadden we een sprekersavond van Martwan van Dijk, een conflictfotograaf die onder andere in Oekraïne werkt. Hij kon hier mooi over vertellen. Er waren veel mensen op afgekomen, het was inhoudelijk leuk en de naborrel was gezellig. Een ideale activiteit, dus.”

Wat zijn je belangrijkste plannen voor komend jaar?
“Veel afdelingen hebben moeite met het organiseren van activiteiten en ik wil ze hierbij ondersteunen. Veel activiteiten zijn algemeen toepasbaar en het landelijk bestuur kan deze verzamelen, zodat afdelingen er gebruik van kunnen maken. Daarnaast wil ik samenwerken met de afdelingen om symposia en een JD-MUN te organiseren. Ik zie kansen in de samenwerking tussen werkgroepen en afdelingen in het organiseren van activiteiten. Wellicht is dit een manier om slapende werkgroepen te activeren. Ook erken ik dat ieder lid andere wensen heeft op het gebied van inhoud tegenover gezelligheid. Je moet een goede mix hebben van beide, maar als ik moet kiezen, dan vind ik het belangrijkst dat een activiteit gezellig is. Gezelligheid is echt de basis.”

Wat zijn jouw leerpunten voor tijdens het bestuursjaar?
“Ik ben best nieuw en ken niet alles binnen de vereniging. Ik heb hiermee een frisse blik op zaken, maar er is een risico dat ik het wiel opnieuw probeer uit te vinden. Ik zal actief op zoek moeten gaan naar informatie die ik mis, met name bij mijn collega-bestuursleden. Soms zal ik ook andere mensen moeten vragen, bijvoorbeeld mijn voorgangers.”

Hoe ga je om met de chaos van een congres?
“Een goede samenwerking met het Congresteam is belangrijk. Je moet zorgen dat het duidelijk is waar mensen met vragen terecht kunnen en het daarmee behapbaar maken voor jezelf. Ik zie weleens dat op het moment dat er chaos is, mensen te veel dingen in eigen handen nemen. Waar het kan, zal ik taken uitbesteden om dit te voorkomen.”

Hoe ziet een bestuur met alleen klonen van jezelf eruit?
“Heel erg gestructureerd. Alle Google Drives zijn keurig genummerd. Dingen promoten zal wat minder goed gaan, omdat ik daar minder aanleg voor heb. Het wordt een gezellige groep, waarin we elkaar wel vaak op taalfouten aanspreken.”

Wat is een JD-gewoonte die je niet zou missen als die morgen verdween?
“Ik heb een hekel aan roddelen. De roddels over relaties vind ik niet interessant, laat mensen gewoon met rust. En wanneer iemand niet functioneert, moet je dat niet in achterkamers gaan bespreken, maar aankaarten. Roddelen is in mijn ogen nooit een oplossing geweest.”

Wat zijn jouw meest VVD-achtige karaktereigenschappen?
“Ik ben zelf ondernemend van aard. Veel mensen vinden ondernemerschap een belangrijk onderdeel van een VVD-identiteit, maar dat vind ik niet helemaal terecht.”

Het thema van dit magazine is ‘Terug in de tijd’. Was vroeger inderdaad alles beter?
“Nee, zeker niet. Zorg is beter geworden, criminaliteit is lager en iedere vorm van administratie is beter geworden door de komst van technologie. De opkomst van de 24-uurs-nieuwscyclus heeft wel een negatieve invloed gehad. We zijn te afhankelijk geworden van onze telefoon en sociale media, al is dat niet helemaal onze schuld.”


Bron foto: verstrekt door geïnterviewde