“Als dit het speelveld is, dan hoor ik daar tussen te staan.”

Quinn van Veen (23) kon zich uiteindelijk niet buiten de race om Bestuurslid Politiek houden. De Heemskerker draait al een paar jaar mee binnen de JD, in uiteenlopende rollen: van interim-bestuurslid tot zijn huidige plek als secretaris en vicevoorzitter van de afdeling Amsterdam. Daarnaast was hij werkgroepvoorzitter Buitenlandse Zaken en Defensie. Met een achtergrond in MAVO en MBO event management brengt hij vooral praktische ervaring en veel uren inzet mee. Voor hem genoeg reden om te denken: Als dit het speelveld is, dan hoor ik daar tussen te staan.

Bink Ido Heemskerk


Dit interview vond plaats voordat Tibbe van der Ende, de voorgedragen kandidaat-bestuurslid politiek, aangaf zijn kandidatuur in te trekken.


Waarom heb jij je gekandideerd voor het Landelijk Bestuur, en wat was het moment waarop je dacht: ik ga me kandideren?*
“Het idee dit jaar was aanvankelijk dat ik me ging kandideren voor het voorzitterschap in Amsterdam, en dat wilde ik eerst ook. Maar toen ik het congresboek las en het stuk van Tibbe zag, dacht ik: dat kan ik beter. In dezelfde mail stond dat je je als tegenkandidaat kon aanmelden. Ik had eigenlijk al de intentie om het een jaar later te doen, maar toen dacht ik: ik geef gehoor aan die oproep. Dus heb ik het een jaar naar voren gehaald en mezelf gekandideerd.”

Wat aan zijn motivatie trok jij in twijfel?*
“Ik vond zijn motivatie heel generiek. Daarnaast speelt mee hoe kort hij nog maar bij de JD zit. In deze onstuimige tijd vind ik dat je iemand nodig hebt die de JD van binnen en buiten kent, een netwerk daarbuiten heeft en bekend is met D66 en de politiek. Daarom dacht ik: dan ga ik als tegenkandidaat staan.”

Hoe denk je te passen in een bestuur waarvan een deel elkaar al kent, terwijl jij geen sollicitatieproces of kennismaking hebt gehad?
“Het verschilt eigenlijk niet van hoe het in Amsterdam ging: ook daar kende ik mijn besturen pas net. In veel verenigingen werk je met mensen die je nog niet goed kent. Dat is iets waar je aan werkt of misschien werkt het juist goed dat ik van buiten kom. Zolang we er geen probleem van maken, hoeft het dat ook niet te zijn.”

Wat zijn je plannen voor het komende jaar?
“Ik werk met een vijfpuntenplan. De toekomstagenda moet samen met afdelingen en werkgroepen richting geven: waar willen we naartoe, wat missen we en hoe brengen we dat bij D66 onder de aandacht, waarbij het LB vooral coördineert en de leden uiteindelijk beslissen. Daarnaast wil ik dat werkgroepen actiever worden en meer ruimte krijgen om landelijke evenementen te organiseren; dat ging eerder te moeizaam en daar moet echt verbetering in komen. Ook wil ik een landelijke kennisbank opzetten, zodat moties, dossiers, overdrachten, contacten en uitleg over politieke beïnvloeding niet verdwijnen maar op één plek beschikbaar zijn. Verder wil ik jaarlijks een reflectiemoment, waarin we stilstaan bij wat we vieren, wat ontbreekt en waar onze blinde vlekken zitten. Tot slot vind ik dat de band met D66 sterk moet blijven, maar niet kritiekloos: de JD hoeft niet timide te zijn. We mogen best harder zijn en een politiek offensief openen. Let’s get into good trouble, omdat we op een bepaalde manier het geweten van D66 zijn en daar ruimte voor moeten nemen.”

En hoe zou je die kennisbank willen inrichten voor de leden?
Uitbreiding van de kaderwiki, maar beter vormgegeven en zichtbaarder. Sommige informatie blijft, in samenspraak met de Functionaris Gegevensbescherming, exclusief voor het kader beschikbaar, zoals namen en telefoonnummers, maar verder wil ik het zo open mogelijk maken.”

Hoe zou de JD moeten reageren als coalitiepartijen politieke samenwerking met Groep Markuszower niet uitsluiten?**
“Ik snap waarom het kabinet zo’n deal zou zoeken. Ze hebben zetels nodig, maar ik zie het liever niet. De JD mag daar scherp op zijn: deze partijen doen uitspraken over migranten en vluchtelingen die onze waarden als vereniging raken. We kunnen best zeggen dat het onverstandig is om zo’n partij te legitimeren, ook als je erkent dat hun zetels misschien nodig zijn. Vergelijkbare partijen zijn in het buitenland als democratisch risico bestempeld, en Gidi is ook door de AIVD bestempeld als een risico voor het landsbestuur; daar mogen we met een gestrekt been in gaan. Het hangt ook af van het onderwerp. Gaat het over koetjes en kalfjes, dan snap ik waarom je die samenwerking opzoekt. Maar als het over migratie gaat en je zoekt hun steun, legitimeer je radicale standpunten en een raar gedachtegoed. Daar moet de JD niet achter staan, en dat mogen we laten merken. Dat is precies: wel meedenken met D66, maar niet slaafs volgen.

Hoe laat je als JD merken dat je tegen zo’n samenwerking bent?
Het is netjes om het eerst één op één te zeggen: wij als JD vinden dit niet oké, en hierom. Als daar een negatief antwoord op komt, dan moeten we naar buiten treden en duidelijk zeggen wat we vinden. Met de vuist op tafel. Alleen intern blijven zeggen dat we iets niet willen, heeft ons juist timide gemaakt. We hebben die zichtbaarheid nodig: laat zien dat de JD ergens staat. Of dat via pers, social media of iets anders gaat, hangt af van het moment, maar het moet wel gebeuren.”

Je hebt in het verleden regelmatig clashes gehad met het LB en je gaat nu zelf voor het LB. Hoe zie je dat voor je?
Mijn eerdere clashes gingen vooral over hoe het vorige bestuur met mij omging. Als lid en werkgroepvoorzitter voelde ik weinig ruimte en dat zorgde voor frictie. De enige botsing met het huidige bestuur ging over mijn Volkskrant‑stuk, maar dat was snel opgelost. Het ging me nooit om het LB als instituut, maar om de manier waarop de samenwerking liep. Juist door die ervaring weet ik hoe belangrijk het is dat een LB benaderbaar is en leden serieus neemt. Dat wil ik anders doen. Na mijn kandidatuur hoorde ik dat er rond ging dat ik dit zou doen uit wraak of om de vereniging te schaden. Dat raakt me, want dat is nooit mijn motivatie geweest. Voor mij gaat het niet om personen, maar om de cultuur. Ik wil dat die opener, veiliger en constructiever wordt, juist omdat ik heb ervaren hoe het anders kan uitpakken.”

Het thema van dit magazine is ‘Terug in de tijd’. Wat deed de JD vroeger beter dan nu?
“De roddelcultuur was vroeger echt veel minder aanwezig. Ik vind het schadelijk hoe dat nu is, zeker als je ziet hoe mensen bij verkiezingen onzeker worden gemaakt. Terwijl we sociale veiligheid zo belangrijk vinden, is dat roddelnetwerk nu juist enorm gegroeid.”


* Dit interview vond plaats voordat de voorgedragen kandidaat-bestuurslid politiek (Tibbe van der Ende) aangaf zijn kandidatuur in te trekken.

** Dit interview vond plaats voordat de coalitiepartijen een motie hebben aangenomen die de regering verzoekt om geen akkoorden te sluiten met politici die de omvolkingstheorie verspreiden

Bron foto: verstrekt door geïnterviewde